Improvisatieoefeningen

Ontdek onze verzameling van de beste improvisatieoefeningen voor zowel beginners als ervaren acteurs. Leer, oefen en verbeter je improvisatievaardigheden op Improvisatietheater.com.

Warming-up oefeningen

Warming-up oefeningen zijn essentieel om je lichaam en geest voor te bereiden op improvisatie. Hier zijn enkele eenvoudige maar effectieve oefeningen om mee te beginnen:

De naamcirkel

De deelnemers staan in een cirkel. De eerste persoon zegt zijn/haar naam en doet daarbij een beweging. De volgende persoon herhaalt de naam en beweging van de eerste persoon en voegt zijn/haar eigen naam en beweging toe. Dit gaat door totdat iedereen aan de beurt is geweest en alle namen en bewegingen zijn herhaald.

De energiebal

De deelnemers staan in een cirkel. Een persoon stelt zich voor dat hij/zij een energiebal in handen heeft en gooit deze naar een ander persoon in de cirkel. Die vangt de bal, maakt er een andere beweging of geluid mee en gooit het naar de volgende persoon. Dit gaat door totdat iedereen de energiebal een paar keer heeft ontvangen.

Zip, Zap, Zop

De deelnemers staan in een cirkel. De eerste persoon wijst naar iemand in de cirkel en zegt “Zip.” Die persoon wijst naar iemand anders en zegt “Zap.” De derde persoon wijst naar weer iemand anders en zegt “Zop.” Dit proces herhaalt zich in een snel tempo, waarbij de deelnemers het ritme proberen te behouden en te versnellen.

Associatieoefeningen

Associatieoefeningen helpen je om snel te reageren en creatieve verbindingen te maken. Probeer deze oefeningen om je associatievaardigheden te verbeteren:

Woordassociatie

De deelnemers staan in een cirkel. De eerste persoon zegt een willekeurig woord. De volgende persoon zegt het eerste woord dat in hem/haar opkomt als hij/zij het eerste woord hoort. Dit gaat door totdat iedereen aan de beurt is geweest.

Het ABC-spel

Twee deelnemers voeren een gesprek waarbij elke zin met de volgende letter van het alfabet moet beginnen. Als de laatste letter is bereikt, beginnen ze opnieuw bij de letter A. Het doel is om een coherent verhaal te creëren ondanks de beperking van de alfabetische volgorde.

Drie dingen

Een deelnemer krijgt een categorie (bijv. fruit, dieren, beroepen) en moet zo snel mogelijk drie dingen binnen die categorie noemen. Daarna is de volgende persoon aan de beurt met een andere categorie.

Emotieoefeningen

Emotieoefeningen zijn belangrijk om een breed scala aan gevoelens en reacties te kunnen uitbeelden. Oefen je emoties met de volgende oefeningen:

Emotiekaarten

Elke deelnemer trekt een kaart met een emotie erop. De deelnemers voeren een scène uit waarbij ze de emotie op hun kaart moeten uitbeelden. Het doel is om de emoties zo duidelijk mogelijk over te brengen zonder het expliciet te benoemen.

Emotioneel dierenspel

De deelnemers krijgen een dier en een emotie toegewezen. Ze moeten hun dier uitbeelden terwijl ze de toegewezen emotie uitdrukken. De andere deelnemers proberen te raden welk dier en welke emotie worden uitgebeeld.

Emotiewissel

Twee deelnemers voeren een scène uit. Op elk willekeurig moment roept iemand van buiten de scène “emotiewissel”. De deelnemers moeten onmiddellijk hun emotie veranderen en de scène voortzetten met de nieuwe emotie, terwijl ze proberen het verhaal consistent te houden.

Ruimte- en statusoefeningen

Bij improvisatie is het belangrijk om bewust te zijn van de ruimte om je heen en de status van de personages die je speelt. Verbeter je vaardigheden met deze oefeningen:

De stoelendans

Zet een aantal stoelen in een cirkel. Eén persoon blijft staan, terwijl de anderen op de stoelen zitten. De persoon die staat, probeert een lege stoel te bemachtigen door te reageren op bewegingen van de zittende deelnemers. De zittende deelnemers proberen van stoel te wisselen zonder dat de staande persoon hun stoel inneemt.

Het spiegelspel

Twee deelnemers staan tegenover elkaar en kiezen wie de leider is. De leider maakt langzame, vloeiende bewegingen en de andere persoon moet de bewegingen zo nauwkeurig mogelijk nabootsen, alsof hij/zij een spiegelbeeld is. Na een tijdje wisselen de rollen.

Statuswandeling

De deelnemers lopen door de ruimte en stellen zich voor dat ze een personage met een specifieke sociale status zijn (bijv. koning, bedelaar, leraar, kind). Ze moeten hun houding, beweging en interactie met anderen aanpassen aan hun toegewezen status. Na een tijdje krijgen ze een nieuwe status toegewezen en passen ze hun gedrag dienovereenkomstig aan.

Verhaal- en karakteropbouw

Een sterk verhaal en boeiende personages zijn essentieel voor een succesvolle improvisatie. Oefen verhaal- en karakteropbouw met deze oefeningen:

De doorlopende vertelling

Een deelnemer begint een verhaal met één zin. De volgende deelnemer voegt een zin toe die aansluit op het verhaal. Dit gaat door totdat iedereen aan de beurt is geweest en het verhaal een begin, midden en einde heeft.

Het karakterdossier

Elke deelnemer krijgt een karakterprofiel met informatie zoals naam, leeftijd, beroep, hobby’s en geheimen. De deelnemers voeren een scène uit waarbij ze hun toegewezen karakter zo goed mogelijk moeten uitbeelden, rekening houdend met de informatie uit hun profiel.

De verborgen identiteit

De deelnemers krijgen elk een geheime identiteit toegewezen (bijv. spion, prinses, astronaut). Ze voeren een scène uit zonder te weten welke identiteit de andere spelers hebben gekregen. Het doel is om te raden welke geheime identiteiten de andere deelnemers hebben door te letten op aanwijzingen in hun gedrag en dialogen.

Prijzen en meer info

Laat je gegevens achter en we bezorgen je de nodige informatie.